In zijn memoires maakt de beruchte Giacomo Casanova (1725-1798 ) melding van het feit dat hij als 17-jarige verliefd werd op een meisje van veertien.

Toen hij na een verblijf in Venetië terugkeerde om met haar te trouwen, was ze verdwenen. Zestien jaar later ontmoette hij haar weer in een bordeel in Amsterdam.

Arthur Japin vertelt in Een schitterend gebrek het verhaal van deze Lucia. Haar verdwijning destijds was een daad van liefde, zo blijkt.

Na veel omzwervingen geniet ze in Amsterdam faam als de luxe prostituee Galathée. Haar aantrekkingskracht voor mannen is gelegen in het feit dat ze gesluierd door het leven gaat. Als ze Casanova weer ontmoet, herkent deze haar dan ook niet.

Japin schreef een spannende, elegante en mooi opgebouwde roman met fraaie beelden en motieven. Hij laat zien hoe Lucia haar verlichte opvattingen ontwikkelt over de liefde en over de verhouding tussen rede en gevoel.

boekinformatie
Uitgeverij De Arbeiderspers
ISBN 902952345x
€18,50
Bestel bij bol.com

Discussietips


De titel Een schitterend gebrek houdt uiteraard primair verband met het gesprek van de broers Casanova over Lucia (p. 52). Heeft de titel volgens u ook verder betrekking op de romaninhoud? Hoe verklaart u bijvoorbeeld dat Een schitterend gebrek nog eens voorkomt als titel van deel II?

Lucia zegt al vroeg in de roman (p. 17): ‘Ik kan niet anders dan aanvaarden dat achter sommige rampspoed een bedoeling schuilt’. Wat vindt u van die visie?

Casanova staat in de geschiedenis te boek als een ontembare rokkenjager, een onverzadigbare versierder. Bespreek in uw leeskring aan de hand van enkele romanfragmenten in welk opzicht Japin een ander beeld van hem schetst.

Een van de recensenten (Thomas van den Bergh in Elsevier) meende dat de enigszins gedragen, ouderwetse taal er mede de oorzaak van is, dat de personages ‘levenloze zetstukken’ blijven. Klopt dat met uw leeservaring?

Een andere recensent (Max Pam in HP/De Tijd) stuitte op nogal wat ongeloofwaardigheden. (Als voorbeeld noemt hij de onstuimige vrijpartij van Galathée en Giacomo waarbij haar sluier keurig op z’n plaats blijft.) Waren er voor u ook ongeloofwaardige voorvallen/gebeurtenissen in het boek? Zo ja, welke?

Als de Franse gravin de ravage ziet die de pokken hebben aangericht, zegt ze: ‘Nu doet het pijn, straks ben je er dankbaar voor. Schoonheid is een kerker waarin wij wegkwijnen en vergeten worden. Jij bent eraan ontsnapt’ (p. 114). Hoe zou u in Lucia’s plaats op deze woorden reageren?

In Amsterdam constateert Lucia/Galathée ‘dat tolerantie iets anders is dan acceptatie, ja eerder het tegenovergestelde, en dat zulke verdraagzaamheid tegelijk een slim middel tot onderdrukking is’ (p. 169). Wat vindt u van de stelling dat deze constatering eerder in de eenentwintigste dan in de achttiende eeuw past? Hoe beargumenteert u uw mening?

Japin strooit heel wat mooie aforismen door zijn verhaal, zoals: ‘Waarom zou een wonder geen wonder zijn alleen omdat een ander het niet ziet?’ (p. 62 en 74). Bent u ook dit soort levenswijsheden tegengekomen die u bijzonder troffen?

De meest essentiële conclusie die Lucia aan het eind uit haar levensverhaal trekt, is: liefde geven is belangrijker dan liefde ontvangen (p. 225-226). Wat vindt u van die opvatting? En: kun je volgens u zeggen, dat Japin met die levensles van Lucia aan zijn roman een moralistische draai geeft?

Ook op het verhaalniveau wordt de roman op een ongewone manier afgerond (de envelop met geld, de boot naar Amerika). Hoe waardeert u die ontknoping?

Discussietips ontwikkeld door Reyer Kraan. © Biblion Uitgeverij, Leidschendam.