Atoomgeheimen - boekrecensieCarice van Luijn, eigenaar van het succesvolle bedrijf Caresse Lingerie, is met haar man en kinderen op vakantie op het Caribische eiland waar ze zeventien jaar eerder ook is geweest. Al direct bij aankomst worden ze gewaarschuwd voor een ontsnapte misdadiger.

Als Carice met haar man een show bezoekt in een nachtclub, herkent ze in de paaldanseres die daar actief is, haar jeugdvriendin Josje. Deze lijkt haar een scheldwoord toe te voegen.

Die ontmoeting zet een stroom van herinneringen in gang. In haar studentijd woonde ze met Josje in een woongroep die vooral een actiegroep was.

De komst van August in de groep, die sympathiseerde met de RAF-terroristen, leidde tot een scheuring: August palmde Josje in.

Carice verliet de groep en gaf August aan toen de politie naar hem op zoek bleek.

Door het weerzien met Josje op het eiland en het nieuws over de ontsnapte misdadiger, voelt Carice zich bedreigd. Is August uit op wraak?

Atoomgeheimen is de derde roman van Marja Pruis (Amsterdam, 1959). Ze studeerde Nederlands en taalwetenschap en is als redacteur en recensent verbonden aan het weekblad De Groene Amsterdammer. Ook in het tijdschrift LINDA bespreekt ze nieuwe boeken.

Haar eerste publicatie in boekvorm was De lieflijke hel van het Hollandse binnenhuisje (1994), een biografische schets van de dichteres A.H. Nijhoff, de echtgenote van dichter Martinus Nijhoff. Als romanschrijfster debuteerde ze in 2002 met de roman Bloem.


BOEKINFORMATIE

Nijgh & Van Ditmar
Paperback
ISBN 9789038890234
€19,95 – Bestel bij bol.com
E-boek
ISBN 9789038891750
€7,99 – Bestel bij bol.com

Discussietips

1. Janet Luis typeerde Atoomgeheimen in NRC Handelsblad (18 april 2008) als een ‘eigentijdse emancipatieroman’. Hoe denkt u over deze typering?
2. De leeservaringen van sommige recensenten verschilden nogal. Arie Storm schreef in Het Parool (30 april 2008): ‘De nieuwe roman van Marja Pruis leest heerlijk weg’. Maar Fleur Speet verzuchtte in Het Financieele Dagblad (19 april 2008): ‘Wat een puzzel is de nieuwe roman van Marja Pruis’. Welke uitspraak komt het meest overeen met uw eigen leeservaring?
3. Wat is uw interpretatie van de titel?
4. Welk beeld heeft u zich gevormd van Carice van Luijn. Bood zij u identificatiemogelijkheden? Waarom wel/niet?
5. Wat is volgens u de functie van het in drieën geknipte kanoverhaal: het begin van de eerste proloog (p. 7-9), het vervolg op p. 134-137 en het slot in de tweede epiloog (p. 267)?
6. Welk beeld heeft u door de roman gekregen van het links activisme in de jaren tachtig?
7. In hoeverre vond u de theorie van Douglas Hofstadter (zie onder andere p. 61, 95, 211-213 en 257) in het verhaal ook toegepast?
8. Janet Luis schreef in haar recensie over het slot: ‘een interessante ontknoping, met open einde’. In hoeverre bent u het met de recensente eens dat de roman een open einde heeft?