Inspecteur Paul Vegter wordt geconfronteerd met twee raadselachtige, gewelddadige moorden. De wreedheid ervan schokt hem en vooral zijn jonge rechercheur Renée, die eerder slachtoffer was van een aanslag en sindsdien worstelt met haar angst voor geweld.

Is er een verband tussen de slachtoffers, of een verklaring voor de bizarre manier waarop zij zijn gedood? Vegters theorie dat dikwijls op de verkeerde personen wraak wordt genomen, wordt aan het wankelen gebracht.

Intussen tracht een jonge man na een afschuwelijke verkrachting het criminele circuit waarin hij is beland, te ontvluchten. Maar niet voordat hij heeft rechtgezet wat hem is aangedaan.

Met groot inlevingsvermogen en in haar veelgeprezen krachtige, etsende stijl beschrijft Lieneke Dijkzeul in Verloren zoon waartoe een mens in wanhoop in staat is.

Fragment
De jongen kwam thuis in een leeg huis, gewoontegetrouw nadat zijn vader was vertrokken. Op die manier hoefden ze elkaar niet te zien, werden er geen vragen gesteld. De een ging weg, de ander kwam. Het maakte alles veel gemakkelijker. Hem interesseerde het niet wat zijn vader deed, zijn vader stelde geen belang in wat hij uitvoerde. Ze kwamen elkaar pas ’s avonds weer tegen, als er gegeten moest worden.

De deur klikte achter hem dicht, en hij bukte zich om zijn schoenen uit te trekken, luisterde even naar de stilte. Het vale licht maakte de hal armoedig, accentueerde de doffe strepen van rubberzolen op het beige linoleum en toonde onbarmhartig de stofvlokken die zich in de hoeken hadden verzameld. Geen nacht meer, maar ook nog geen dag. Een schemeruur, te vroeg voor de belofte van de ochtend. Loze tijd, waarin niets gebeurde. Opeens was hij doodmoe, drukten de gebeurtenissen van de afgelopen nacht zwaar op zijn schouders. Hij moest slapen. Maar eerst douchen en iets eten.

In de badkamer keek hij in de spiegel naar de kringen onder zijn ogen. Zijn haar was te lang, maar hij kwam er niet toe het te laten knippen. Hij kwam nergens toe. Hij draaide de douchekraan open en wachtte tot het water warm genoeg was.
In zijn slaapkamer trok hij de kastdeur open. Onderbroeken waren op, T-shirts waren op. Het enige waarin zijn vader nog consequent was, was zijn werk. Steeds vroeger vertrok hij ’s ochtends, thermosfles met zwarte koffie, al de avond tevoren gezet, in zijn versleten imitatieleren tas, waarvan de naden waren gebarsten en het hengsel rafelde. De tas waarin hij vroeger ook zijn lunchdoos stopte, met altijd hetzelfde aantal boterhammen daarin: twee met worst, twee met kaas. Waarmee zou hij tegenwoordig lunchen? Was hij eindelijk bezweken voor de verleidingen van de nabij gelegen snackbar?

Maar misschien lunchte hij niet, leefde hij nog uitsluitend op nicotine. In elk geval dronk hij niet meer, dat zou je vooruitgang kunnen noemen. Steeds later kwam hij thuis, zette twee diepvriesmaaltijden in de oven en ging voor de televisie zitten, bleef zitten tot tien uur, stoïcijns rokend, keek naar het journaal, de actualiteiten, de woonprogramma’s waarin mensen een huis kochten dat een bouwval bleek te zijn die ze met koppige wanhoop trachtten te restaureren, keek naar de real life programma’s waarin mensen terminaal ziek waren, of homo, of suïcidaal, en daarover vertelden onder begeleiding van een gladde presentator. Om tien uur stond hij op, mompelde welterusten en ging naar boven.

Lieneke Dijkzeul schrijft kinderboeken, thrillers en scenario’s. Met De stille zonde deed zij haar intrede als thrillerauteur en het boek werd onthaald als ‘droomdebuut’. Haar tweede thriller Koude lente werd zo mogelijk nog positiever ontvangen en in 2008 genomineerd voor de Gouden Strop.

boekinformatie
Uitgeverij Anthos
ISBN 9789041417640
€19,95
Bestel bij bol.com