Zoo - boekrecensieOver de hele wereld ontregelen agressieve dieren het dagelijks leven. Jackson Oz, een jonge bioloog, beziet de escalatie met een steeds heviger angst.

Wanneer hij bij een aanval in Afrika een groep leeuwen nauw ziet samenwerken, begrijpt hij dat de omvang van de ramp nog veel groter is dan gedacht.

Met de hulp van ecologe Chloe Tousignant probeert Jackson de wereldleiders te waarschuwen voor het te laat is. De aanvallen worden steeds wreder en slimmer en als de oorzaak niet snel wordt achterhaald, zal de mens nergens meer veilig zijn.

BOEKFRAGMENT

Los Angeles Zoo
West Hollywood, Californië

De Los Angeles Zoo and Botanical Gardens ligt in Griffith
Park, een perceel van meer dan zestienhonderd hectare waarop
zich ook het Autry National Center en de reusachtige HOLLYWOOD-
letters bevinden. De dierentuin is eerder een vervallen
toeristische trekpleister dan een zoölogisch instituut.
De Zoo moet zich zien te redden met een karig budget van
de gemeente en heeft iets weg van een oververmoeide beestenmarkt.
De prullenbakken langs de verbleekte promenade
zijn tjokvol. Het is niet ongewoon dat de stank van opgehoopte
mest je tegemoetkomt; die is afkomstig uit kooien
waar haveloze dieren apathisch voor zich uit starend en bedekt
met vliegen in de genadeloze Californische zon liggen.
Het leeuwenverblijf bevindt zich ten noordoosten van de
hoofdingang, het is omringd door een met slijm bedekte
gracht. Wie zijn ogen tot spleetjes knijpt zou zich kunnen
voorstellen dat het er ooit als een stuk van de Serengeti heeft
uitgezien. Achterstallig onderhoud, geldgebrek en personeelstekort
hebben ervoor gezorgd dat er tegenwoordig niets
anders van rest dan een betonnen vlak met een laag uitgedroogde
aarde erop dat door nepgras en plastic bomen wordt
begrensd.

Om vijf over acht in de ochtend is het al warm in het schijn-
baar lege verblijf. Het enige geluid is een licht geruis terwijl
er iets donkers en slangachtigs heen en weer zwiept in een
bosje van het lange nepgras. Het geluid en het zwiepen stoppen.
Dan schiet er zo’n vijftien meter verderop vanachter
een multiplex-‘rotsblok’ iets groots tevoorschijn. Mosa, de
leeuwin van de Los Angeles Zoo, doorkruist het terrein met
een adembenemende snelheid – de kop geheven en met glanzende
gele ogen. Maar in plaats van een sprong in het bosje
maakt ze op het allerlaatste moment een duikeling. Het stof
dwarrelt op als ze heen en weer rolt op haar rug en dan weer
opstaat.
Half verscholen in het bosje ligt Dominick, haar partner
en het dominante mannetje van de twee Transvaalse leeuwen
uit het oosten van Zuid-Afrika. De oudste leeuw schudt zijn
vorstelijke roodbruine manen en staart haar onbewogen aan.
Zoals de laatste weken steeds vaker het geval is: hij is gespannen,
waakzaam en heeft geen speelse buien meer. Hij knippert
even met zijn ogen en laat zijn staart weer door het hoge
gras zwiepen.
Mosa werpt hem een blik toe en kijkt dan naar het hek achterin,
naar de rubberen speelbal die ze onlangs van een van
de verzorgers heeft gekregen. Uiteindelijk buigt ze haar kop
voorover en duwt haar neus in Dominicks manen; ze geeft
hem ter verontschuldiging een respectvolle lik en gaat naast
hem liggen.
De twee reusachtige katten liggen samen onder het schreeuwend
blauwe hemeldak; Mosa likt de stoffige kussens tussen
haar grote klauwen schoon. Als er aan deze ochtend nog iets
zou kunnen ontbreken, dan is het niet wat de leeuwen doen,
maar wat ze níet doen.

Voor leeuwen en andere sociale zoogdieren spelen de ge-
luiden die ze voortbrengen een belangrijke rol in de communicatie.
Leeuwen brullen om seksueel competitie te voeren,
om territoriale twisten te beslechten en om de verdediging
tegen aanvallers te organiseren.
Mosa en Dominick zijn de afgelopen twee weken steeds
stiller geworden. Op dit moment valt er geen enkel geluid te
horen.
De leeuwen ruiken de verzorger al voordat hij zo’n vijfenveertig
meter aan het hek van harmonicagaas achter hen
rammelt. Als de mensenlucht hun neusgaten binnendringt,
reageren ze op een manier als nooit tevoren. Ze staan allebei
op. Hun staarten verstijven. Hun oren zijn naar voren gericht
en de haren op hun rug staan overeind.
Net als wolven jagen leeuwen in georganiseerde groepen.
Het gedrag van de twee laat zien dat ze een prooi op het oog
hebben.
Dominick loopt vanuit het bosje naar de open plek. Zelfs
voor een mannetjesleeuw is hij enorm – van kop tot staart
bijna twee meter zeventig lang, met een schofthoogte van een
meter dertig en een gewicht van tweehonderdvijftig kilo. De
koning van het dierenrijk heft zijn kop, hij snuift de mensenlucht
nog eens op en gaat erop af.


BOEKINFORMATIE

Cargo
Paperback
ISBN 9789023498773
€19,99 – Bestel bij bol.com