Wolfstijd - boekenflits‘Zoveel begin was er nog nooit. Zoveel einde ook niet.’ Zo omschrijft Harald Jähner de ‘wolfstijd’ in Duitsland, die begon met het einde van de Tweede Wereldoorlog en tot diep in de jaren vijftig voortduurde.

Toen de oorlog voorbij was, stonden de Duitsers voor het grote niets, de Stunde null. De ramp die ze zelf hadden veroorzaakt was ongekend, het aantal doden niet te overzien.

De steden lagen in puin, kinderen groeiden op zonder vader, meer dan de helft van de bevolking was op drift. Miljoenen vluchtelingen en ontheemden, ontslagen dwangarbeiders en terugkerende krijgsgevangenen moesten in de chaos een nieuw bestaan zien op te bouwen.

Maar te midden van alle armoede, honger en anarchie ontstond ook een niet te onderdrukken levenslust, een verlangen naar dansen, naar welvaart – en naar vergetelheid.

Wolfstijd is een grote naoorlogse mentaliteitsgeschiedenis die de Duitsers in al hun diversiteit toont: van de naamloze verkopers op de zwarte markt, hun zakken volgepropt met pakjes Lucky Strike, tot stijlvolle huisvrouwen, gezeten aan een niervormige designtafel.

Van ‘heropvoeder’ Alfred Döblin en de intellectuelen die een cultuur van debat reanimeerden, tot Beate Uhse, die de eerste seksshop ter wereld opende.

Jähner schildert het sociale panorama van een decennium dat beslissend was voor de Duitsers en in veel opzichten heel anders was dan we denken.



BOEKINFORMATIE De Arbeiderspers